Wanneer mag een ziek kind naar de kinderopvang?

Elke kinderopvang heeft een eigen protocol met betrekking tot ziekte. Daarbij wordt gekeken naar het welbevinden van het zieke kind, maar ook naar de mogelijkheden van de leidsters om een ziek kind extra aandacht te geven en mogelijke consequenties voor de andere kinderen. De meeste kinderopvangorganisaties hanteren de regel dat een kind met koorts boven 38,5 graden Celsius niet op de kinderopvang kan zijn. De GGD geeft overigens aan de hoogte van de koorts geen maat is voor de ernst van de ziekte.

Ook moet het kind aan het normale dagprogramma kunnen deelnemen. Daarbij is het vaak ook niet wenselijk dat de koorts verlaagd wordt door het geven van een zetpil en het kind alsnog naar de kinderopvang wordt gebracht. Informeer bij jou eigen kinderopvang naar de regels. Als je twijfelt of je kind te ziek is kun je het beste even bellen om te overleggen met de leidster.

Regel zelf opvang voor een ziek kind

Een ziek kind heeft veel aandacht en zorg nodig. Dat kan het beste van de ouders zelf komen, zorg daarom dat je met je werkgever afstemt of je thuis kunt werken of vrij kunt nemen als je kind ziek is. Bedenk ook alvast of je eventueel zelf een andere oplossing hebt als je als ouder echt niet bij je kind kan blijven. Misschien zijn opa en oma op bepaalde dagen beschikbaar en kun je alvast iets afspreken voor het geval je kind ziek blijkt te zijn en niet naar de kinderopvang kan.

De kinderopvang kan je ook bellen dat jouw kindje opgehaald moet worden omdat het hoge koorts heeft. Als je met iemand (bijvoorbeeld opa) hebt afgesproken dat hij het kind dan ophaalt kun je ook dat telefoonnummer als extra nummer op de kinderopvang doorgeven.

Mag een niet-ingeënt kind naar de kinderopvang?

Ja, een kind dat geen vaccinaties krijgt mag naar de kinderopvang. Het is wel belangrijk dat de ouders even melden dat het kind geen vaccinaties krijgt.

Mag een kind met mazelen naar de kinderopvang?

De afgelopen weken werd een verhitte discussie gevoerd omtrent het al dan niet weigeren van niet-ingeënte kinderen op het kinderdagverblijf. Brancheorganisatie Boink benadrukt dat het inenten van kinderen (of niet) een keuze van de ouders is. Baby’s zijn een kwetsbare groep. Zo bleek ook toen een baby van 8 maanden besmet werd met mazelen op de kinderopvang doordat een ander kind niet was ingeënt. Artsen kunnen daar ook geen éénduidige oplossing voor aandragen omdat kinderen in de loop van het eerste levensjaar vatbaarder worden voor een ziekte als de mazelen en pas rond de 14e levensmaand kunnen worden ingeënt. Bovendien is de incubatietijd (tijd tussen besmetting en eerste ziektesymptomen) vier dagen. Mazelen is zo besmettelijk – al voor het ontstaan van de ziekteverschijnselen – besmetting al plaatsgevonden. Dus nog voordat de diagnose is gesteld. Daarnaast zijn kinderen met mazelen meestal te ziek om kinderopvang te bezoeken. Het heeft dus geen zin om kinderen met mazelen te weren op de kinderopvang.

Gezondheidsrisico’s in kinderopvang

Het RIVM (Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid) heeft een inventarisatie gemaakt van gezondheidsrisico’s in een kindercentrum of peuterspeelzaal (0-4 jarigen)
waarin veel ziektebeelden worden omschreven en een advies wordt gegeven over de regelgeving met betrekking tot de ziekte. Hierin worden onder andere krentenbaard, waterpokken en vijfde ziekte.

Ziekte melden bij de GGD

De kinderopvang moet in sommige gevallen ziekten melden bij de GGD.

  • Diarree: als meer dan een derde deel van de groep klachten heeft binnen een
    week.
  • Geelzucht: elk geval melden.
  • Huiduitslag/vlekjes: als er twee of meer gevallen zijn binnen twee weken, in
    dezelfde groep.
  • Schurft: melden bij drie gevallen in een groep.
  • Meerdere gevallen van een andere ernstige infectieziekte in korte tijd, bijvoorbeeld longontsteking of hersenvliesontsteking.

Kort overzicht ziekten

KinderopvangTotaal heeft een kort overzicht gemaakt van een aantal ziekten en of het noodzakelijk is om kinderen met die ziekte te weren:

  • Aids Een hiv-positief kind hoeft niet van de kinderopvang geweerd te worden. Vermijd alleen bloedcontact door wondjes af te dekken en handschoenen te gebruiken als er een ongelukje is.
  • Buiktyfus Kinderen met buiktyfus mogen niet naar de kinderopvang. Ook broertjes en zusjes met dezelfde klachten mogen niet komen. De GGD bericht de kinderopvang wanneer de kinderen weer toegelaten mogen worden. De huisarts maakt bij buiktyfus melding bij de GGD.
  • Diarree (zoals dysenterie) Alleen als het gaat om bloederige diarree moeten kinderen geweerd worden. Het kind moet thuisblijven tot bekend is wat de oorzaak van de diarree is. Dat geldt ook voor broertjes en zusjes, die ook diarree hebben.
  • Hepatitis A/B De GGD moet altijd op de hoogte worden gebracht van hepatitis (geelzucht) bij zowel kinderen als medewerkers. Een kind met hepatitis hoeft niet geweerd te worden. Vermijd bloedcontact.
  • Hoofdluis Kinderen met hoofdluis kunnen naar de kinderopvang, maar de behandeling moet direct gestart worden. Ook moeten de ouders van de overige kinderen geïnformeerd worden dat er hoofdluis is geconstateerd, zodat zij zelf kunnen controleren op hoofdluis.
  • Mazelen Weren is niet noodzakelijk. Mazelen is zo besmettelijk dat al voor het ontstaan van de ziekteverschijnselen besmetting plaatsgevonden heeft. Nog voordat de diagnose wordt gesteld is de besmettelijke periode al geweest.
  • Polio – Polio moet onmiddellijk gemeld worden aan de GGD, dit gebeurt meestal door de arts. De GGD overlegt met de kinderopvang over het verdere beleid ten aanzien van het informeren van de ouders en het aanbieden van vaccinatie aan ongevaccineerde kinderen.
  • Rodehond Wering is niet nodig. Wel moeten bij een bevestigd geval van rodehond zwangere moeders en beroepskrachten gewaarschuwd worden.
  • Roodvonk Roodvonk moet bij de GGD gemeld worden als er in dezelfde groep twee of meer gevallen zijn in twee weken tijd. Wering is niet nodig.
  • Schurft Een kindercentrum is wettelijk verplicht schurft te melden als er drie mogelijke of bewezen gevallen zijn. Wering is niet noodzakelijk, maar een behandeling van het kind, ouders, broers en zussen moet wel plaatsvinden.
  • Tuberculose Een kind met open tuberculose moet geweerd worden zolang het besmettelijk is, dit is meestal tot drie weken na de start van de behandeling, maar soms langer. Overleg hierover altijd met de GGD.
  • Waterpokken Een kind weren met waterpokken heeft geen zin omdat besmetting al heeft plaatsgevonden voordat de blaasjes ontstaan. Wel moeten de overige ouders geïnformeerd worden dat er waterpokken heerst.
  • Overige ziekten Dan is er nog een grote groep aandoeningen waarbij het weren van een kind in de kinderopvang niet noodzakelijk is. Dit zijn: bof, griep , hand-, voet- en mondziekte, kinkhoest, koortslip, oorontsteking, oogontsteking en een tekenbeet.

Foto: Healthtap

Kinderopvang op Facebook

Kinderopvang informatiecentrum

Heldere informatie over kinderopvang. Van praktische tips voor ouders tot begrijpelijke uitleg over regelgeving voor medewerkers.

Experts en enthousiaste redacteuren beantwoorden jouw vragen over kinderopvang.

Naar het overzicht